Dordrecht - Dertig jaar geleden deed ik mijn eerste wadlooptocht. Het werd georganiseerd door mijn zuster, die in Groningen studeerde. Het was een oversteek naar een plaat. We werden met een boot weer teruggevaren naar het uitgangspunt. Ik had mij gehouden aan de kledingvoorschriften, die algemeen bij wadlopen worden gegeven. D.w.z. korte broek, tshirt stevige schoenen, een windjak en rugzak. Zelf zou ik liever in mijn gewone kleren hebben deelgenomen. Een korte broek heeft aanmerkelijke bezwaren. Na afloop heb je zwaar verbrande benen. Als het waait, dan wordt het ontzettend koud. Recentelijk heb ik het initiatief genomen om het beter te doen. Op het wad moet je soms door diepe geulen en over moddervlaktes. Sommige tochten met jeugd eindigen in een modderfestijn onder de dijk.

De eerste geboekte tocht was via de camping Klein Deikum bij Pieterburen in Groningen een zwerftocht. Dat is een tocht in de nabijheid van de dijk om ervaring op te doen. De tocht kan zo lang en kort gemaakt als je wilt. Hetzelfde geldt voor de avontuurlijkheid. Een tocht met studenten of scouting ziet er totaal anders uit, dan met een stel rustige bejaarden. De gidsen streven ernaar wat te vertellen over de wadden, de levende wezens en de gevaren. Het maakt groot verschil of het zicht goed is en dat je rekening houdt met eb en vloed. Onweer op het wad is erg gevaarlijk, omdat de wadlopers nu eenmaal het hoogste punt in de verre omtrek zijn. Er worden hoge eisen gesteld aan de gidsen. Tegenwoordig met de GPF gebeuren er minder ongelukken. Toch wordt geŽist van een gids, dat hij ook zonder de elektronische hulpmiddelen ten alle tijde de weg weet te vinden.

Bij een zwerftocht kun je het zo avontuurlijk maken als je wilt. Vanzelfsprekend was het voor mij hoe avontuurlijker hoe beter. Dat heb ik de gidsen behoorlijk duidelijk gemaakt. Er werd bijgevolg een geul en wat slikvelden op de planning gezet. De meeste andere deelnemers waren van het rustiger type. Wandelen was voor hen genoeg; De slikvelden voor sommige een aanmerkelijk fysieke belasting. Aangezien men nogal negatief doet over mijn normale kleding t.w. spijkerbroek, etc. had ik de moed niet om helemaal gekleed te gaan, zoals ik dat graag wil. Wel had ik nog een zelden gedragen witte broek liggen, die niet de eigenschappen heeft, die de spijkerbroek in de ban heeft gedaan. De gidsen wezen er wel op, dat ik niet moest verwachten de witte broek helemaal schoon te kunnen houden.

Bij de haven van Noordpolderzijl zijn allerlei voorzieningen, die het organiseren van wadlooptochten vergemakkelijken. Vroeger was het tevens de plaats, waar je na een oversteek terugkwam met de boot. Tegenwoordig kan dat niet meer, omdat de haven onvoldoende onderhouden wordt. Onder de dijk staat een bekend cafť. Tevens is daar een enorme vijver, waar deelnemers aan een wadlooptocht de ergste modder af kunnen spoelen. Na een paar modderslidings ben ik gewoon met alles wat ik aan had in de vijver gesprongen. Voor de meeste van de groep was een dergelijke drastische ingreep niet nodig. Nadat ik mijn schone kleren had aangetrokken zag ik een groep met scouts terugkomen. Ze speelden nog wat in de modder. Ik ben er naartoe gelopen en ben met de kleren (schone spijkerbroek, trui, tshirt, overhemd, etc ), waar ik later mee naar huis moest, mee gaan doen. Het was kicken zo'n dramatisch modderbad. Zodoende kon ik even later de waspartij nog een keertje overdoen. Ondertussen was het een chaos van in en uit het water springende scouts. De leiding was er wel blij mee. Anders had de bus onder gezeten.

Voor de gidsen van Klein Deikum is het begeleiden van wadlooptochten geen commerciŽle activiteit. Ze doen het vooral voor hun  plezier. Jaren hebben ze massale tochten begeleid. De man in het blauw is hoofdgids geweest hij Dijkstra. Hij vertelde, dat hij verantwoordelijk was voor het feit, dat er geen enkele wadloper op het wad was op de beruchte hemelsvaardag, waarop honderden zeiljachten op het IJsselmeer in nood zijn gekomen. Dreigend onweer is een reden voor afgelasten. Het tij schuift elke dag een stukje op. Daardoor starten sommige tochten op onzalige tijden. Aangezien het gaat om een laagje van enkele meters water, moet je vermijden op het wad te zijn bij vloed. De oversteek van sommige geulen luistert op een half uur nauwkeurig. Soms blijft door de wind het water staan en moet je kilometers waden door kniediep water.

De tweede tocht ging naar Simonsplaat. Het was onstuimig weer met prachtige luchten. Door de snoeiharde wind uit het zuidwesten kon het water niet goed weg. Voortdurend was het de vraag of de tocht verder kon of afgebroken moest worden. Er waren erg veel gidsen in vergelijking met het aantal gewone deelnemers. Het was nodig exact over het wantij te gaan. Dat is niet de plezierigste plaats om te lopen. Op het wantij slaan namelijk de kleinste zanddeeltjes neer en zak je bij elke stap enkele cm weg in de modder. Kilometers liepen we door het kniediep water. Het was zwaar. Gelukkig was ik niet de zwakste broeder.

Cruciaal was de oversteek van beide geulen, die we onderweg zouden tegenkomen. Je moet tijdig bij de eerste zijn om de tweede nog te kunnen halen. Ik was in dunne kakibroek. Bij de eerste geul kwam het water tot het middel. Enkele gidsen staken verderop over, waar het water nog dieper was. Oefenen... Onder andere omstandigheden mogen ook de deelnemers, die wat avontuurlijker ingesteld zijn wat decentraal oversteken. Het mooiste is natuurlijk als het water tot halverwege je schouders staat. Je kunt je dan nog een beetje laten zakken of struikelen om ook je kleding tot je schouders compleet nat te krijgen. Je loopt prettiger op enige afstand van het wantij. Daar is het zand harder en het water dieper. Nu was het voor de gewone mens ploeteren over het wantij, vanwege het barre weer.

Vanzelfsprekend ben ik bij de tweede oversteek welbewust wat dieper door de knieŽn gegaan dan nodig om echt goed nat te worden. We waren niet in de gelegenheid om er een goede foto van te maken. Aangekomen bij de boot, waarmee we terug zouden varen, ben ik nog eventjes het water ingelopen om door een van de anderen een mooie foto te laten maken. Inmiddels was ik door de harde wind alweer vrijwel droog gewaaid. Ik had droge kleren bij mij. Ik had mij helemaal niet in hoeven te houden. Eigenlijk is het een beetje suf, dat ik mij niet languit in het water heb laten vallen om een echt spectaculaire foto te laten maken, van top tot teen druipend van het water. Jas open om te laten zien, dat ik meerdere lagen doorweekte kleding over elkaar aan heb.