De rivier de Lesse in BelgiŽ is beroemd om zijn afvaarten. Op een mooie dag in het voorjaar kun je duizenden mensen in de kano zien stappen. Met de trein komen ze van Anseremme naar boven en varen naar beneden. Er zijn twee stuwen, die zeker voor beginnelingen een groot obstakel vormen. Bij bosje gaan ze om of lopen ze vol bij de eerste stuw. Niet iedereen heeft helemaal in de gaten wat hem te wachten staat. Talrijke clubs gaan elk jaar. Vaak zie je het dollen al beginnen nog voor ze de eerste bocht gepasseerd hebben. De bovenstaande jongen is in zijn gewone kleren en heeft kennelijk meer dan een golf water binnen gehad. Dit is pas de eerste stuw en zittend op het achterdek heeft hij er kennelijk al in berust, dat het vroeg of laat echt zwemmen gaat worden. Hieronder zien jullie de tweede kano van het gezelschap, die niet overeind gebleven is.

De eerste maal, dat ik kennis maakte met de Lesse was meer dan vijf en twintig jaar geleden. We lazen tijdens de vakantie ergens over deze afvaart en samen met Wim besloten ik de lange tocht te maken. We wisten totaal niet wat ons te wachten stond. Het vervulde mij met verbijstering, dat er jongens in spijkerpak met schoenen, overhemd, shirt en portemonnee in kontzak gingen staan in de kano met de kennelijke bedoeling zo snel mogelijk een volledig geklede duik in het water te nemen of het tenminste uit te lokken. Ik keek mijn ogen uit. Het was aan Wim niet besteed. 

Naast gewone een en twee persoonskano's waren er ook grote platbodems met toeristen voort geboomd door jongens in spijkerbroek. Op de ondiepe stukken moesten ze uit de boot om de platbodem over de keien te trekken. Daarbij bleven ze bepaald niet droog. Het leek ze er ook niet echt te doen om droog te blijven. Bij de eerste stuw maakte ik deze serie foto's van een van deze jongens, die de platbodem over de stuw werkte. Na afloop liep hij door het water naar de overkant. Ik heb deze platbodems niet meer teruggezien. Kennelijk kan dit alleen bij hoog water, of is er geen belangstelling meer voor.

Ik was toen nog een getrainde kanovaarder. In hoog tempo passeerden we de ene na de andere groep volledig geklede jongeren op weg naar een onvermijdelijk nat pak. Op een gegeven moment begin het te dunnen. Onderweg kwamen we twee stuwen tegen, maar die vormden geen enkel probleem en om1 uur waren we beneden. Er was nog niemand. We besloten de auto te pakken en terug te rijden naar de eerste stuw. De eerste vaarders begonnen z'n beetje te arriveren. In tegenstelling tot in de kano had ik nu de beschikking over een fotocamera. Het was een echt paradijs. Helaas bleek naderhand  de technische kwaliteit van de foto's povertjes, zodat jullie mij vooral op mijn woord zullen moeten geloven.

We parkeerden de auto bij het kasteel en liepen de binnenplaats op. Het stond daar zwart van de kijkers. Ik ben naar beneden geklommen om te fotograferen en ben daartoe zelfs de rivier overgestoken. Ik heb daarbij natuurlijk gewoon mijn schoenen en al mijn kleren aangehouden. Ik moest ontzettend oppassen, dat mijn camera niet in het water viel. Het ligt vol met kiezels en het loopt wat ongelukkig. Onder aan de stuw is het overigens behoorlijk diep (borst) en er zijn kuilen, terwijl de stroom hevig aan je rukt. Ik slaagde erin mijn camera droog te houden, maar voor de rest had ik na afloop geen droge draad meer aan het lijf. Ik was herinner ik mij in een prachtige zwarte spijkerbroek. Niemand leek ook maar een moment verbaast toen ik de rivier doorwaadde en van dichtbij foto's ging maken van het gebeuren. Zodra je nat bent en tot je middel in het water, denkt verder iedereen dat je bij de andere kanoŽrs hoort en niet dat je gewoon een enthousiaste toeschouwer bent, die een paar minuten daarvoor nog helemaal droog was...

Later ben ik teruggegaan met Ton en andere kennissen. Twee fotograven en betere camera's maken een wereld van verschil. Echter nog steeds vind ik vijf en twintig jaar het gebeuren mooier. De onderstaande jongen is bij beide stuwen op de foto gekomen. Zijn corduroybroek ziet er erg snel weer droog uit, terwijl hij ontelbare malen in het water heeft gelegen. Je kunt aan zijn trui zien, dat hij telkens behoorlijk nat is.

Bij de eerste stuw is het goed mogelijk om meerdere malen naar beneden te gaan. Nog steeds ben ik een zeer geoefend kanovaarder. Ik ben minstens een half dozijn keer naar beneden geweest voor ik een nat pak had. Gewoon zittend in de kano kwam ik telkens eigenlijk zonder een spatje beneden aan de stuw. Ook achterwaarts had niet het gewenste effect. Het is een ware uitputtingslag. Onvermoeibaar bleef Ton fotograferen. Had ik maar het talent van vele andere vaarders, die de eerste de beste keer al kopje onder gingen.

Het wedervaren van de jongen in de kano zie je vaker. Ze halen de stuw zonder veel problemen. Hoewel er een grote plens water over hun kleren gaan. Dan draaien ze schuin op de stroom, laten de peddel los de kano gaat scheef en het water gutst naar binnen. Ik weet niet hoe ze het doen. Zelf krijg ik nooit zo'n prachtig golf naar binnen, terwijl ik het talloze malen geprobeerd heb. Met Ton ben ik meerdere keren naar de enige wilde rivier van Nederland geweest. De Dommel bij Valkenswaard. Je kunt stroomopwaarts varen tegen de stroom in en talrijke deelnemers aan schoolreisje tegenkomen, die droog blijven niet als prioriteit zien. Ook kun je je weg laten brengen en met een kano van de organisatie je rustig vanuit Belgie laten afzakken. De meeste schoolreisjes eindigen bij de Venbergse Molen. Klasgenoten, die om een of onverklaarbare reden nog droog zijn, krijgen een bad door gekleed in het water te springen en naar hun kano te zwemmen om ze om te trekken.

Wij komen nooit droog terug van onze tocht stroomopwaarts. We zijn te ervaren kanovaarders om om te slaan, maar we hebben er wel last van dat we langzaam zinken. De talrijke passerende kano's hebben soms wel en soms niet in de gaten, waar we mee bezig zijn. Echter als de kuip nog slechts een cm boven water steken, gaat bij de meeste wel een lichtje op. Wanneer we terugkomen van onze tocht stroomopwaarts trekken we altijd onmiddellijk droge kleren aan. Er is een kleed ruimte. Daarna gaan we nog een beetje spelevaren onder de Venbergse Molen. Het water komt daar met grote kracht naar beneden zetten. Je moet erg oppassen, dat als je door de stroom vaart, het water niet naar binnenloopt. Anders wordt het aldra zwemmen en moet je in kletsnatte kleren naar huis.

Op diverse plaatsen in de Lesse heb je doorwaadbare plaatsen. In de bovenloop garandeert zo'n doorwaadbare plaats vrijwel een droge overtocht. Met een beetje handigheid kan je zelfs van de ene uitstekend steen naar de andere springen. In de benedenloop is de waterstand van groot belang. Die fluctueert behoorlijk. Ton en ik waren een glaasje aan het drinken, toen we de bovenstaande stel wandelaars zagen arriveren. Ze besloten de overtocht te wagen en stroopten hun broekpijpen flink op. Gaandeweg bemerkten ze tot hunschrik, dat het in het midden zeker wel een meter diep was. Zo'n beetje tot hun middel nat bereikten ze de overkant. Wij sloegen het met genoegen gade. Vooral omdat we wisten, dat er op de vijftig meter verderop gelegen spoorbrug een wandelpad was, waarover je zonder een druppel water op je kleren kon oversteken.

Doorwaadbare plaatsen langs de Lesse zijn ideaal om als wandelaar of fietser op onverdachte manier een nat pak op te lopen. Behalve met Ton heb ik de tocht over de Lesse ook met wat kennissen gedaan. Een van hen ging mee met de kano. Het verloop van de tocht was zoals dat kunt verwachten evenals het einde. De kano's zijn zo stabiel, dat je er probleemloos in kunt gaan staan... Het is aan het einde van de Lesse vlak bij de Maas overigens tamelijk diep. Je moet daarbij wel denk aan zeker drie meter. Het is niet ongebruikelijk, dat terugkerende kanovaarders nog even een laatste duik nemen vlak voor ze kano weer afgeven aan de organisatie.

Zelf heb ik er een gewoonte van gemaakt om na het douchen direct droge kleren aan te trekken en nog een keertje terug te lopen naar de waterkant. Als je het een beetje handig aanpakt merkt niemand, dat je geen terugkeerder bent van de kanotocht, die nog een laatste duik neemt... Ton heeft deze techniek inmiddels van mij overgenomen. Hij heeft daarbij nog al verfijning bedacht de jongens van zijn club, waarmee hij jaarlijks naar de Lesse gaat wat uit te dagen, waardoor hij zonder verdenking te wekken een tweed nat pak kan halen. Ik had nu mijn okerkleurig broek, dito trui, overhemd, tshirt, nikes aangetrokken. Mijn kennissen keken wel wat verbaast, toen ik druipend van het water weer bij hun aan tafel kwam zitten. Maar ze zijn inmiddels wel wat van mij gewend.

Nadat ik mijn tweede duik had genomen en mijn laatste droge kleren had aangetrokken, zijn we met de auto omhoog langs de Lesse gereden. Op een 'willekeurige' plaats zijn wij het bos ingelopen richting de Lesse. Tot mijn teleurstelling kwamen we een kilometer of wat boven de eerste stuw bij de Lesse. Daar is onder de schaduw van de bomen vlak tegen de rivier een uitspanning. Mijn gezelschap nam een biertje, terwijl we uitkeken over de rivier. Tot onze verrassing bleek dit ook een doorwaadbare plaats en kwam een stel wandelaars door de rivier naar het terrasje gewaad. Het water is daar minstens een meter diep. Het was een vreemd gezicht die wandelaars, terwijl links en rechts de kano's voorbijschoten.

Daartoe uitgedaagd besloot ik ook een keertje naar de overkant te waden. Dat was natuurlijk wel wat bezwaarlijk, want ik had verder niets bij mij. Ik had een blauwe spijkerbroek, overhemd, T-shirt jeans jacket en leren schoenen aan. Het was best een kick om mijn schoenen en de broekspijpen in de stroom liet zakken. Eigenlijk jammer, dat het niet wat dieper was. De heenweg verliep dan ook probleemloos. Het water kwam in tegenstelling tot de jongere wandelaars bij mij niet boven mijn dijen. Maar op de terugweg verloor ik onverwachts mijn evenwicht en tot mijn nek in het water dreef ik een paar meter met de stroom mee voor ik het evenwicht had hervonden en van top tot teen druipend van het water intens gelukkig terugwaadde naar het terras...