Dordrecht - Sinds ik de kanovereniging Dajaks ontdekte in de Biesbosch ben ik op zoek naar een 'echte' kano. Jaren geleden begon ik bij de Trekvogels in Haarlem. Een vriendje van school nam mij mee naar de club. Hij had een RIS. Dat is een kano van triplex met een platte bodem. Hij wist mij over te halen erin plaats te nemen. Ik was in mijn normale kleren inclusief jas en schoenen. Het was een verschrikkelijke ervaring. Het moge duidelijk zijn, dat een nat pak onder deze omstandigheden een ramp was. Het ding was zo wankel als wat. Elke keer, dat je de peddel in het water stak werd de stabiliteit van het ding eerder slechter dan beter. Door een of ander wonder slaagde ik erin weer aan de kant te komen zonder eruit te vallen. Zo'n prachtige kans om onverdacht een dramatisch nat pak te halen zou ik tegenwoordig niet snel meer missen.  

Het vriendje was enkele maanden al weer weg bij de kanovereniging. Zelf ben ik er jaren gebleven. Het was een club van wedstrijdkanoŽrs. Ik begon met een Pointer 65. Daarna kocht ik een plastic lancer. Deze waren nagegoten van de houten peperdure wedstrijdboten, die in Denemarken werden gemaakt. Nog steeds zijn de Hunters, Lancers en Rangers een begrip. Eigenlijk ben ik nooit uit een kano gevallen. Kennelijk ben ik evenals alle wedstrijdvaarders doodsbang voor een natpak en doe er alles aan om dat te voorkomen. Om eerlijk te zijn, ben ik wel een keertje uit de pointer 65 gevallen. Ook heb ik tijdens een vlakwater wedstrijd mijn peddel eens dwars doormidden gebroken met noodlottige gevolgen. Echter verder ben ik de daaropvolgende dertig jaar 'droog' gebleven.

Tegenwoordig ik overdrijf ik dat droog blijven niet meer. Ik zie een kano als een ideale manier om volledig ongeschikt gekleed te water te raken zonder dat omstanders verbaast zijn. Tijdens een autovakantie in Dordogne tweemaal een kano gehuurd. Deze kano's zijn geschikt zelfs voor de grootste klungel. Echter niemand kijkt er van op, als je compleet doorweekt bij het eindpunt uit de kano stapt. Ik houd ervan het nat worden wat geleidelijk aan te doen. Ik ben telkens net in iets dieper water van de rivier gaan zetten. tot het moment, dat ik van top tot teen doorweekt was. Daarna nog meerdere keren een stukje gezwommen. Op een mooie dag in Nederland is de kano ook een ideaal alibi om nat te worden. Als je een beetje uitdagend rond blijft hangen bij zwemmende jeugd resp. uitdaagt je om te gooien, dan heb je in no time het gewenste effect bereikt.

Achtereenvolgens ben ik daarna lid geweest van de Windhappers in Den Haag en Natsec in Vlaardingen. Steeds heb ik daarbij in een  Lancer gevaren. Dat zijn heerlijke boten. Stabiliteit is geen issue voor een wedstrijdkano. Echter ze zijn wel snel en hebben een roertje. Dat in tegenstelling tot de SK. Om deze laatste op koers te houden moet je bij wind flink corrigeren. Dat heb je niet met een K1-wedstrijdboot. Na een paar maanden in de SK van de vereniging gevaren te hebben, besloten echt op zoek te gaan naar een behoorlijke boot. Via marktplaats gezocht. Op een gegeven moment had ik biedingen lopen op wel een half dozijn kano's. Per vergissing bood ik op een kano, die te koop stond voor 300 euro het bedrag van 400 euro. Het was de marathonkano, die nu op de vereniging ligt, gebouwd in Hongarije. Een normale wedstrijdkano moet tenminste 52 cm breed zijn en 12 kilo zwaar. Bij een marathonkano is dat niet nodig. Deze is slechts 8 kilo en 35 cm breed. De stabiliteit laat daardoor wat te wensen over. Maar hij is wel bloedsnel. Recentelijk samen met Ton een tocht gemaakt over de Dommel. Het hoogtepunt is deze stuw met een kanogoot. We zijn meerdere keren naar beneden geweest. Wat ik ook deed het lukte mij niet om met mijn marathonkano overeind beneden te komen.

Begin april werd een afspraak gemaakt met de verkoper om de kano op te halen bij Levitas, een wedstrijdkano vereniging. Ze hadden net een nieuw clubhuis. Het was even zoeken. In Leiden hebben ze twee verenigingen. Het was in een nieuwbouwwijk. De navigator kende het niet. Via internet werd de juiste locatie opgespoord. Ik had de kano maar vluchtig gezien op een foto op internet. Hij was in werkelijkheid nog veel mooier, dan ik mij kon voorstellen. Slank, vederlicht en bloedsnel. In een vlaag van verstandsverbijstering vroeg ik of ik hem even mocht proberen. Hij werd naar de waterkant gedragen en ingestapt bleek de kano even instabiel en bloedsnel als hij beloofde te zijn. Met een paar slagen was ik tientallen meters van de kant. Ik was in mijn gewone kleren. Geen enkele voorzorg was genomen om een ramp te vermijden. Zolang de boot voer was er inderdaad geen enkel probleem. Dat ontstond pas toen ik weer terug wilde naar het uitgangspunt.

Je moet dan omkeren. Dat gebeurde tamelijk letterlijk. Voor ik wist, lag ik voor het eerst in dertig jaar volledig gekleed in het water en moest de kano op een of andere manier weer aan de kant zien te krijgen. Het was wat frisjes... Helemaal onvoorbereid was ik evenwel niet. Ik had namelijk geheel tegen mijn gewoonte droge kleren bij mij. Na een douche in het splinternieuwe clubgebouw kon ik droog plaats nemen in de auto van de ton, die wat onthutst de gebeurtenissen had gadegeslagen. Ik was volgens zeggen de eerste persoon, die de douche heeft gebruikt. Ze waren benieuwd naar het functioneren. Hij werd inderdaad warm. Daarna bij Dajaks aangekomen vond mijn reisgenoot, dat ik de kano nog even moest proberen. Ik vroeg hem nog: Wat te doen als ik er nogmaals uit zou vallen. Hij achtte dat ondenkbaar. Ik liet mij dus overhalen. Hij had in tegenstelling tot Leiden nu wel zijn kamera in de aanslag.

De kano was wederom schrikbarend wankel. Het lukte evenwel om zonder veel problemen weg te varen tot wederom het ondenkbare gebeurde. Ik lag voor de tweede maal naast mijn kano. Mijn kennis werd er ook wat door verrast. Om jullie de bijgevoegde foto's te kunnen tonen was het nodig om het omslaan nog een derde keer te doen. Jullie zien wel  dat geen zee mij te hoog ging om jullie een passend verslag te doen toekomen. Een aardige manier om een nat pak te halen is te gaan staan in de kano. Dat lijkt onmogelijk. Dat is het ook voor de meeste mensen. Sommige kinderen kunnen het. Voor oudere mensen is het in de praktijk onmogelijk. Ook zijn dat meestal geen liefhebbers. Ton kan na jaren een eigen kano eigenlijk nog niet droog instappen. Onder kun je zien hoe je dat doet met een wedstrijdkano. De kunst is om altijd in het midden van de kano te blijven. Zeker bij Dajaks is het niet altijd even eenvoudig.

Je legt de kano langs de kant, neemt de peddel in de ene hand en pakt met de andere hand de voorkant van de kuip. Je zet een voet in het midden van de boot en brengt het volle gewicht over naar deze voet. Je zet je andere voet ernaast en laat je rustig zakken. Met de peddelsteun houd je daarna overeind. Tijdens het wegvaren is het de kunst de peddel dusdanig te hanteren, dat de boel overeind blijft. Het is gewoon een kwestie van oefenen. Het is handig om daarbij alles aan te houden. Het is niet nodig om droge kleren mee te nemen. Het werkt enorm motiverend de wetenschap, dat een moment van onoplettendheid je dwingt om  straks drijfnat in je gewone kleren naar huis te rijden.

Het staan in de kano is een variant op het instappen. Met een hand de peddelsteun en de andere kant aan de voorkant van de kuip kom je langzaam omhoog tot je staat. Je verplaatst je handen naar een kant van de peddel en blijft de peddelsteun doen. Pas als je helemaal overeind staat, is het mogelijk ook de peddel helemaal uit het water te halen. Een enorme teleurstelling maakt zich meester van de omstanders als dit allemaal goed gaat en je even later weer veilig en droog in de kano zit. Zoals jullie wel zullen begrijpen probeer ik zulke teleurstelling koste wat kost te voorkomen. Soms laten andere kanoŽrs zich uitdagen om wat aan de boot te sjorren. Van diverse kanten is voorgesteld een prijs in te stellen voor iedereen, die erin  slaagt vijftig meter in de kano te varen. Helaas vrees ik daarvan te moeten afzien, omdat dat waarschijnlijk veel te duur wordt. Vrijwel iedereen op de vereniging zal moeiteloos, die vijftig meter weten te volbrengen...